TEMPLATE/var/www/vhosts/schilthuisfonds.nl/httpdocs/wp-content/themes/schilthuisfonds/single.php Skip to main content

Water uit de grachten drinken? Vroeger kon het!

In de Volkskrant van 3 juni verscheen een artikel over waterkwaliteit, waarin Petra van Dam aan het woord komt.

In dat artikel wordt onder meer aandacht besteed aan de geschiedenis van schoon water. Daarvoor is hoogleraar water- en milieugeschiedenis Petra van Dam geraadpleegd. In het Volkskrant-artikel staat een overzicht van de waterkwaliteit in Nederland van 1500 tot nu.

Tot 1500: Schoon water

Vooral het snelstromende water van rivieren was eeuwenlang prima drinkwater. Zelfs grachtenwater in steden was tot 1500 te drinken, blijkt uit het boek Over waterkwaliteit gesproken van onder anderen hoogleraar water- en milieugeschiedenis Petra van Dam (VU). ‘Er was lange tijd amper vervuilende industrie. En ontlasting verdween netjes in de beerput. De mest werd gebruikt als grondstof voor tuinderijen rond de stad of om, vermengd met bouwpuin, straten op te hogen.’

1600 tot 1830: Vervuiling slaat toe

Schone maagd met de slechte adem. Zo stond Amsterdam in de 17de eeuw bekend. En in andere steden was het niet veel beter. Overal veranderden grachten in open riolen. Van Dam: ‘De bevolking in steden groeide in rap tempo. Bij het bouwen werd uit kostenoverweging de beerput geregeld achterwege gelaten. In plaats daarvan kwamen zogeheten secreetgoten die direct loosden op de gracht, met alle gevolgen van dien. Lokale machtsverhoudingen waren bepalend. Zo was er in Haarlem een krachtige lobby van de bierindustrie, die belang had bij schoon oppervlaktewater. Daar bleef de beerput langer gehandhaafd.’

1830-1900: Opmars van de ‘hygiënisten’

Diarree, braken, stuiptrekkingen en binnen een paar uur na de eerste symptomen kon je al dood zijn. Vanaf 1832 sloeg cholera hard toe in Europa, met vele duizenden doden. Langzaam maar zeker ontstond een beweging van de zogeheten hygiënisten: artsen, ingenieurs, ondernemers, politici en invloedrijke burgers die zich hard maakten voor betere waterkwaliteit. Vanaf 1853 voerde Amsterdam wc’s en riolen in, later volgden andere steden.

Vanaf 1900: Optreden tegen vervuilers

Lange tijd konden fabrieken zonder veel tegenwerking afval lozen in het water. In 1917 trad het hoogheemraadschap van Delfland hier als een van de eerste tegenop, door eisen te stellen aan lozingen. Later volgde de Hinderwet van 1952. Het aantal afvalwaterzuiveringen steeg in rap tempo. Van Dam: ‘Zelfs woonboten kregen een aansluiting op het riool. Als historicus kijk ik niet naar de toekomst, maar als ik de grote lijn van de afgelopen eeuw doortrek, wordt de waterkwaliteit steeds beter.’

Lees het hele artikel uit De Volkskrant